Het tuinseizoen van 2025 heeft opnieuw duidelijk gemaakt hoe belangrijk een goede bodem is. We hadden te maken met perioden van neerslag, afgewisseld met drogere fases. Op tuinen met een goede structuur zakte het water snel weg en bleven gewassen beter doorgroeien. Op andere tuinen bleef de grond lang nat, was deze zwaar te bewerken en kwamen gewassen moeizaam op gang.
Deze verschillen worden grotendeels bepaald door de bodemkwaliteit. Een bodem met voldoende organische stof is luchtiger, beter bewerkbaar en kan zowel water als voedingsstoffen beter vasthouden. Voor het seizoen 2026 is het daarom verstandig om de bodem gericht te verbeteren en aan te vullen.
Wie jaar na jaar een goede en betrouwbare oogst wil, investeert niet alleen in de planten, maar vooral in de bodem zelf.
Bodemverbetering: waarom het werkt
De basis van een gezonde tuin is organische stof. Organische stof zorgt voor:
- een kruimelige, luchtige bodemstructuur
- betere waterafvoer bij nat weer
- betere vochtvasthouding in droge periodes
- een actief bodemleven
Dierlijke mest, zoals dikke fractie, is daarbij van grote waarde. Deze mest levert niet alleen voedingsstoffen voor de planten, maar vormt vooral voedsel voor het bodemleven. Wormen en micro-organismen breken de mest af en zetten deze om in humus. Daardoor komt voeding geleidelijk vrij en blijft deze gedurende het seizoen beschikbaar. Dit zorgt voor een gelijkmatige groei en sterkere planten. Compost versterkt dit proces. Het verbetert de structuur van de bodem en stimuleert het bodemleven, waardoor meststoffen beter worden benut. Bemesting vindt bij voorkeur plaats in het voorjaar. De voeding komt dan bij de gewassen terecht en spoelt minder weg.
Beschikbare producten in 2026
Ook dit jaar biedt de vereniging een selectie grond- en meststoffen aan waarmee iedere tuinder zijn of haar bodem gericht kan verbeteren.
- Ophoogzand: bestemd voor het ophogen of herstellen van tuinpaden. Dit zand is niet geschikt voor verbetering van de tuingrond, maar praktisch en voordelig bij grotere hoeveelheden voor paden.
- Drainagezand: drainagezand laat water goed door en kan worden gebruikt bij drainagebuizen of over de tuin om de bodemstructuur te verbeteren. De grond wordt luchtiger en water zakt sneller weg. Vooral op zwaardere delen van de tuin, vaak achterin richting de sloot, is dit aan te raden.
- Dikke fractie (meststof): dikke fractie is ingedroogde runderdrijfmest zonder stro. Het vormt de basisbemesting voor vrijwel alle gewassen. De zaagselachtige structuur maakt het product makkelijk te strooien en goed te verwerken. De voeding komt geleidelijk vrij gedurende het seizoen. Let op: bij nat worden en daarna opdrogen kan het product plakkerig worden. Het advies is om de dikke fractie direct na levering te verwerken of uit te strooien.
- Compost: compost verbetert de bodemstructuur en stimuleert het bodemleven. Het bevat relatief weinig directe voeding, maar zorgt ervoor dat meststoffen beter worden vastgehouden en benut. Compost kan uitstekend worden gecombineerd met dikke fractie. De compost is gecertificeerd en vrij van ziekten. Ook dit jaar is er een extra gezeefd mengsel beschikbaar, bestaande uit ¾ compost en ¼ drainagezand.
Bemestingsadvies – welk scenario past bij jouw tuin?
Onderstaande adviezen zijn opgesteld voor een tuin van 80–100 m². Ze zijn bedoeld als richtlijn. In veel gevallen geldt: iets meer compost of mest is gunstiger dan te weinig.
- Scenario 1 – Basis (aanbevolen voor vrijwel elke tuin) Bewerk de grond in de winter of het vroege voorjaar, maar alleen wanneer deze voldoende droog is. Spitten of cultiveren zorgt voor meer lucht in de bodem en een betere waterafvoer. Breng vervolgens 1 m³ dikke fractie en 0,75 m³ compost gelijkmatig over de tuin aan. Dit kan direct na levering. Werk de mest en compost licht in of frees door de bovenste laag. Frezen zorgt voor een goede menging van mest en compost en versnelt het herstel van de bodemstructuur. De vereniging biedt het frezen van tuinen tegen vergoeding aan. Dit is vooral aan te raden bij zwaardere grond of bij grotere hoeveelheden mest en compost. De dikke fractie wordt niet toegepast op bedden waar dit jaar peulen of tuinbonen worden geteeld. Na de grondbewerking kan 20 kg zeewierkalk worden gestrooid om de zuurgraad rond pH 6 te houden. Eventueel kan 20 kg lavameel worden toegevoegd voor extra sporenelementen. Halverwege het seizoen kan bijgemest wordenvolgens de bemestingswijzer.
- Scenario 2 – Basis + water (voor natte of zware tuinen) Blijft de tuin vaak nat of is de grond zwaar en moeilijk te bewerken, dan is extra aandacht voor waterafvoer nodig. Voeg aan het basisadvies minimaal 0,5 m³ drainagezand toe. Strooi dit bovenop mest en compost en werk alles tegelijk in. Hierdoor blijft het zand vooral in de bovenste laag, waar het het meeste effect heeft. Dit vermindert korstvorming, verbetert de opkomst van zaden en verkleint de kans op rot bij wortelgewassen.
- Scenario 3 – Rijke oogst Dit scenario is bedoeld voor tuinders die streven naar een rijke en kwalitatief hoogwaardige oogst, vooral bij gewassen die veel voeding vragen. Verhoog de compostgift naar 1 tot 1,25 m³ per tuin en combineer dit altijd met dikke fractie. Door extra organische stof toe te voegen blijft de bodem veerkrachtig en kunnen zwaar voedende gewassen optimaal presteren.
- Scenario 4 – Kasgrond en broeibakken Grond in kassen en broeibakken wordt intensief gebruikt en raakt sneller uitgeput. Ook kunnen zouten zich ophopen. Verwijder de bovenste 10 cm kasgrond en verspreid deze over de tuin. Vul de kas aan met tuinaarde (geen potgrond). Per kruiwagen oude grond worden 2 tot 3 zakken tuinaarde toegevoegd. Vul dit aan met compost, ongeveer 2 kruiwagens per 10 m². Houd rekening met inklinken.
Basisbemesting en bijbemesten per gewas
De toepassing van dikke fractie in het voorjaar vormt de basisbemesting voor vrijwel alle gewassen. In combinatie met compost zorgt dit voor een bodem waarin gewassen goed kunnen wortelen en gelijkmatig doorgroeien. Afhankelijk van het gewas is later in het seizoen aanvullende bemesting nodig, volgens de bemestingswijzer.
Gewassen met gemiddelde extra bemestingsbehoefte (aardappelen, uien, bladgewassen, wortelgewassen en biet) Deze gewassen groeien goed op de basisbemesting, maar hebben tijdens het seizoen meestal twee extra bemestingen nodig in april en juni:
Gewassen met hoge bemestingsbehoefte (koolgewassen, prei, knolselderij) Deze gewassen vragen naast de basisbemesting meerdere extra bemestingen. Alleen bij voldoende voeding leveren zij een hoge opbrengst en uitstekende kwaliteit:
Gewassen met lage bemestingsbehoefte (peulen en bonen) Deze gewassen binden zelf stikstof en worden daarom niet bemest met dikke fractie. Zij profiteren wel van een bodem die is verbeterd met compost en voldoende organische stof bevat.
Tot slot
De rode draad in dit advies is duidelijk: dikke fractie vormt de basis, compost bouwt de bodem op en gerichte bijbemesting zorgt voor een goede oogst. Twijfel je over wat het beste past bij jouw tuin, of wil je maatwerkadvies? Neem dan contact op met de tuincommissie via tuincommissie.bloemhof@gmail.com (Erwin Haveman).
